UA-35946176-3
1921
 

Wisselende voorkeur voor Röntgen of Radium bestraling

jaarproductie RT historisch.jpg 

De productiegrafiek is gebaseerd op de   jaarverslagen van het NKI. Hierin wordt het totale aantal  bestralingszittingen voor radium en röntgenbehandeling vermeld voor dat jaar. Het aantal bestraalde patiënten wordt in de jaarverslagen niet expliciet  opgegeven. De ratio tussen radium en röntgenbehandeling kan worden benaderd door de getelde zittingen als volgt te interpreteren.

 Bij behandeling met röntgenstraling werd op een groot aantal velden  bestraald, 5 á 10 of meer.  Aangenomen wordt dat een totaal van 30 zittingen voor een complete röntgenbehandeling niet ongebruikelijk was.    Een radium behandeling  wordt daarentegen in een klein aantal zittingen uitgevoerd. Aangenomen wordt  1 a 2. Alleen om een indruk te geven van de verhouding tussen de aantallen patiënten die behandeld zijn met röntgen of radiumbestraling worden de productiecijfers voor Radiumbehandelingen vermenigvuldigd met 15.

 In de grafiek is te zien dat radium of röntgenbestraling afwisselend de voorkeur krijgen. Uit diverse verslagen kan een indruk worden verkregen van de achtergrond van de ontwikkelingen. Door de toestroom van patiënten ligt er een grote druk op de kliniek. In de pioniersfase 1915 - 1920 neemt het gebruik van röntgen, in het begin gecombineerd met radium snel toe. Er worden complexe bestralingstechnieken met röntgenbundels ontwikkeld. Vanaf 1919 krijgt dit een extra stimulans door het beschikbaar komen van de hardere straling van  200kV. Na slechte ervaringen met de primitieve dosering en lokalisatie van de röntgenstraling wordt in de jaren '20 overgegaan op meer gebruik van radiumbestraling. Na de invoering van nauwkeurige dosimetrie, rond 1928 met de eenheid "röntgen" en de ionisatiekamers, neemt het gebruik van röntgenstraling weer sterk toe en neemt het aandeel radiumbestraling geleidelijk af. Daarbij komt dat er ook betere röntgentoestellen in gebruik komen en de beschikbare buisspanning stijgt tot 250 kV.