UA-35946176-3
2007
 

Gelijktijdige Chemo-Radiotherapie, stand van zaken

chemotherapie middelen.jpg 

De stand van zaken in de ontwikkeling van chemo-radiotherapie wordt eind 2007 samengevat door prof. dr. Marcel Verheij en prof. dr. Harry Bartelink, in een bijdrage aan een nog te publiceren compendium.

Sinds begin jaren '80, toen dr. Bartelink in de Stanford University experimenteerde met  Cisplatina, heeft het gebruik van chemotherapeutica in combinatie met radiotherapie een grote ontwikkeling doorgemaakt. Vooral nadat in een omvangrijke Europese studie onder leiding van dr Caro Koning in 1992 werd aangetoond dat de combinatie van bestraling en een kuur met Cisplatina de kans op genezing vergroot bij niet-kleincellige longtumoren. Patiënten leven langer en er treden minder uitzaaiingen op dan bij radiotherapie alleen.

Er zijn meerdere redenen om voordeel te verwachten van de combinatie van radiotherapie en chemotherapie.  Radiotherapie wordt toegepast om grotere, vaak primaire tumoren uit te schakelen, terwijl chemotherapie gericht wordt tegen microcopisch kleine uitzaaiingen die niet kunnen worden bestraald. Hiermee vullen deze therapieën elkaar aan in de ruimtelijke dekking. Daarnaast zijn sommige tumor celpopulaties meer gevoelig voor chemotherapie en andere meer voor radiotherapie. Bovendien kunnen de tumorcellen met chemotherapie   worden verzwakt, waardoor het effect van radiotherapie groter wordt. 

Gelijktijdige Chemo-Radiotherapie werkt beter.    Uit onderzoek blijkt dat de combinatie therapie het beste werkt wanneer chemotherapie en  bestraling in de zelfde periode worden toegediend. Het effect van bestraling wordt dan maximaal versterkt en herstel van de tumor wordt tegengegaan. Dit is bij voorbeeld aangetoond in een trial uit 1997 waarin het anuscarcinoom gelijktijdig wordt bestraald en  behandeld met de stoffen MMC (Mitomycine C) en 5FU (Fuorouracil): Bartelink ea. JCO 1997. Een beschrijving  van deze stoffen  vindt u op Wikipedia door hier te klikken :  http://en.wikipedia.org/wiki/Mitomycin_C   http://en.wikipedia.org/wiki/Fluorouracil

1997 Chemorad anus  mmc_5fu.JPG 

In de trial zijn 52 patiënten alleen bestraald, en 51 patiënten kregen gelijktijdige chemoradiatie. 5 jaar na de behandeling wordt vastgesteld dat 70% van de patiënten die chemorad kregen geen uitzaaiingen hebben ontwikkeld, tegenover 50% bij alleen bestraling.  Voor de kwaliteit van leven is belangrijk dat 80% van de "chemorad" patiënten geen colostoma nodig hebben, tegenover 40% van de patiënten die alleen bestraald zijn. 

Verheij en Bartelink beschrijven de stand van zaken in chemo-radiotherapie bij een aantal soorten compacte tumoren.  Uit diverse klinische onderzoekingen trekken zij de conclusie dat gelijktijdige chemo-radiotherapie een belangrijke verbetering geeft van de bestrijding van grote tumoren. In de meeste gevallen wordt cisplatina toegepast, soms gecombineerd met een andere stof. Het resultaat is een verbetering in de overleving van kanker aan hoofd en hals, longen en de baarmoederhals. Ook wordt de gelijktijdige chemo-radiotherapie met succes ingezet om tumoren te laten krimpen, als voorbereidende behandeling  voor een chirurgische ingreep.

De verwachting is dat biologisch actieve stoffen beschikbaar zullen komen waarmee chemo-radiotherapie nog werkzamer kan worden. Deze nieuwe stoffen worden gericht tegen het mechanisme van de ontspoorde groei van tumorcellen. 

Bronnen & Publicaties

  • 76) “Chemoradiotherapy”, door Marcel Verheij en Harry Bartelink, 15dec2007. Comp. By Sindumathi, first proof. Via private communication from Marcel Verheij. ,