UA-35946176-3
1964
 

Technische verbetering Radiumbehandeling

1964 radiumimplantaat recontructie.jpg 

In 1959 hebben radioloog Breur en fysicus Kaalen in Rotterdam een reconstructie methodiek ontworpen voor Radiumnaald implantaten. In 1964 heeft de technicus Joop Wijnen in het NKI-AVL hierop een variant bedacht en voor de praktijk geschikt  gemaakt.  47)

Bij de behandeling door Radiumpunctuur worden holle naalden van enkele cm lengte, geladen met Radium in de tumor gestoken. Daarbij wordt een  ruimtelijke verdeling volgens het Parker Paterson systeem nagestreefd om de juiste dosisverdeling  te bereiken. De naalden in Amsterdam zijn echter niet geheel compatibel met het Manchester systeem, en de positie van de naalden varieert door complicaties bij het insteken. Achteraf wordt de dosisverdeling en bestralingstijd berekend na opmeting van de naaldposities. Voor het rekenen aan de naaldposities wordt de reconstructiemethode ontworpen.

Het is een 3-dimensionale reconstructie , uitgaande van 2 röntgenfoto's van het implantaat, die haaks op elkaar staan. De reconstructie maakt gebruik van 2 lichtbronnen die de posities van de röntgenbuis simuleren, en de beide röntgenfoto's. Een dummy naald wordt zodanig in de lichtbundels geplaatst dat de schaduwen van de naald samenvallen met de naaldafbeeldingen op beide films. Dit wordt voor alle naalden herhaald en het gerecontrueerde  implantaat wordt gefixeerd door de dummynaald-houders in gips te gieten. Na opmeting van de reconstructie wordt de dosisverdeling berekend.

In 1968 ontwikkelen de radiologe dr Marion Burgers, fysicus Herbert Marcuse ea. een computerprogramma voor de reconstructie en de dosisberekening. Niet langer worden 2 films apart  belicht, maar beide opnamen worden onder een hoek van +/- 30 graden op 1 röntgenfilm naast elkaar geprojecteerd. De naaldposities worden handmatig op de film gemeten en in het programma ingevoerd.  In 1981 ontwikkelt de fysicus Rob van der Laarse een verbeterd computerprogramma voor de reconstructie en de dosisberekening.

Het Radium wordt vervangen door Caesium.  In 1965 wordt de stralingsfysicus Herbert Marcuse door Breur aangesteld in het AVL. Ir. Marcuse  stelt al snel vast dat de oude radiumvoorraden onbetrouwbaar zijn geworden. Veel radiumcapsules en naalden blijken te lekken en daardoor zijn apparatuur en ruimten radioactief besmet geraakt. De radium voorraad wordt gesaneerd en deels vervangen. Een verbeterde radiumkluis wordt gebouwd in eigen beheer.  Het veiliger Ceasium wordt in plaats van Radium ingevoerd als stralingsbron voor Brachytherapie. Ook worden Cobaltstaafjes gebruikt. 

Bronnen & Publicaties

  • 47) “Dose, time and volume effects in interstitial radiation therapy” door J. Marion V. Burgers. Academisch Proefschrift, Universiteit van Amsterdam 1982, promotor Prof. Dr. G. W. Barendsen. ,