UA-35946176-3
1965
 

Arti

ARTI.jpg 

In 1965 voert het NKI  gesprekken met de top van het ministerie van Wetenschappen en Volksgezondheid, en met overkoepelende organisaties  op het arbeidsterrein van het NKI-AVL. Onderwerp is de toekomstige beheersvorm en de financiering van de research en de kliniek. Algemeen wordt de noodzaak gezien om de overheid een bijdrage te laten leveren in de financiering. Het NKI moet geen overheidsinstelling of TNO instituut worden maar een instituut met een interuniversitair karakter.

Als onderdeel van de nieuwe opzet wordt gesproken over het Amsterdams Radio Therapeutisch Instituut (ARTI) dat als zelfstandig bestralingscentrum op de locatie van het NKI-AVL zal worden gevestigd als voortzetting van de bestralingsafdeling. Mede door de kostbare nieuwe technologie op het gebied van de radiotherapie, zoals de lineaire electronenversneller is de gedachte gerezen om in  Amsterdam een interuniversitair bestralingsinstituut te vestigen - het Amsterdams Radiotherapeutisch Instituut. In de bouwplannen voor de huisvesting in Amsterdam Slotervaart krijgt het bestralingsinstituut een eigen plaats. Professor Klaas Breur is een groot voorstander van deze  opzet.

De naam van het gewenste bestralingsinstituut, ARTI doet menigeen denken aan de beroemde Amsterdamse Societeit voor kunstenaars   en kunstliefhebbers, Arti et Amicitiae  (= voor de kunst en de vriendschap), meestal kortweg Arti genoemd. Dat was waarschijnlijk ook de bedoeling van Klaas Breur, die het hoge niveau van werken wilde benadrukken.

Het gewenste interuniversitaire bestralingsinstituut is niet gerealiseerd. Het NKI-AVL, de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit hebben ieder een bestralingsafdeling opgebouwd. Anno 2013 is de discussie over samenwerking weer actueel. De hoge kosten van de nieuwste technische uitrusting het hoge tempo van geavanceerde research is voor een enkel instituut niet te dragen. Het NKI-AVL gaat waarschijnlijk fuseren met de oncologische research en kliniek van de Universiteit van Utrecht. Volgens plan ontstaat in Utrecht daarmee een tweede vestiging van het NKI-AVL.  Ook bestaat het voornemen om samen met de Vrije Universiteit en het Academisch Medisch Centrum van de UvA in het NKI-AVL in Amsterdam een Protonen behandelcentrum  te vestigen.