UA-35946176-3
1937
 

Promotie van radiologe Betje Levie

tante Betty portret2.jpg 

Betje Levie. arts en radiologe in het AVL 1931 - 1940. NB, vanaf 1940 voert zij de naam Betty Levie.

Op 20 april 1937 promoveert de radiologe Betje Levie aan de Universiteit van Amsterdam op het onderwerp "Over kwaadaardige Pharynxgezwellen, mede in verband met de moderne stralentherapie" 37) . In haar proefschrift beschrijft zij de historische ontwikkeling van de bestralingstechnieken voor halsgezwellen in het AVL vanaf 1915, na 1921, en vanaf 1932. Ook de in 1937 moderne röntgen contacttherapie wordt beschreven.  De bestralingstechnieken, en de overwegingen voor protraheren of fractioneren van de dosis worden onderzocht op effectiviteit.

Het werk van Betje Levie.

Betje Levie wordt in 1930 voor het eerst genoemd in het NKI jaarverslag als zij op de jaarlijkse Leeuwenhoekdag verslag uitbrengt over Glucosebelastingsproeven. Zij is dan volontair assistent. In 1931 wordt zij aangesteld als assistent arts en volgt zij de opleiding tot therapeutisch radioloog bij Den Hoed. Vanaf 1932 rapporteert zij over onderzoek en behandeling aan het pharynx carcinoom. Vanaf 1935 onderzoekt zij samen met Den Hoed de effectiviteit van protraheren versus fractioneren. 

NB Voor eenzelfde totale dosering wordt bij Protraheren in veel fracties langdurig bestraald met lage intensiteit, bij Fractioneren wordt in dagelijkse fracties bestraald met een hoge intensiteit, waardoor de fractiedosis in veel kortere tijd wordt bereikt. Het onderzoek naar de invloed van de tijdsfactor op de werking van röntgenstraling neemt in haar werk een voorname plaats in.

In 1935 onderzoekt zij met den Hoed de complicaties bij de totale lichaamsbestraling.

Historie pharynx bestralingstechniek in het Antoni van Leeuwenhoekhuis beschreven door Levie in haar proefschrift (verkort):     In de jaren 1914-1921 werd bij röntgentherapie zwakke straling toegepast die een gering doordringend vermogen had. De buisspanning was 80 a 100 kV. Er werd langdurig met kleine velden op een groot aantal ingangspoorten bestraald, bv. een tongbasistumor op 6 velden. Rond 1921 werd de buisspanning opgevoerd tot 180 kV, en werd de straling sterker gefilterd. De straling werd harder en er kon dieper in het lichaam worden bestraald. Kleine velden bleven nog lang in gebruik, en werden beurtelings bestraald  in een maandenlange serie. De totale dosis bedroeg toen 3 x 4500 r, verdeeld over kleine velden zodat de dosis in een ondiep gebied werd afgegeven. Na 1925 werden de velden vergroot en gaf men een totale dosis van 2 of 3 x 800 r per veld. Pas na 1931, toen men gefractioneerd  ging bestralen werd de totale dosis opgevoerd.

Historische toepassing van Radium.    In 1915 werden alleen oppervlakte applicaties toegepast. Deze waren vaak slecht te bevestigen, zodat de bestraling na enkele uren moest worden afgebroken. Na 1923 werd met hardgummiprotheses en dental composition een betere fixatie van de radiumapplicatoren gemaakt. Ook werd de zg radiumpunctuur ingevoerd, waarbij de actieve naalden in en om het tumorgebied werden gestoken. In 1926 kwam daarnaast de radiumbehandeling met waskragen in gebruik. Op een 1cm dikke kraag van een wasmengsel werden buisjes met radium gefixeerd. De kraag werd om de hals gevormd zodat het tumorgebied op 2 cm diepte werd bestraald.

Bronnen & Publicaties

  • 37) “Over kwaadaardige Pharynxgezwellen, mede in verband met de moderne stralentherapie”. Door Betje Levie. Academisch Proefschrift. Universiteit van Amsterdam, 20 april 1937. Archieflocatie Bibliotheek NKI-AVL. ,
  • B Levie portret2.jpg 

    dr Betje (Betty) Levie

    † 1905 - 1992

    Geboren op 5 maart 1905 in Assen, overleden op 29 april 1992 in Tel Aviv. Studeerde geneeskunde in Groningen. Specialiseerde tot therapeutisch radiologe in het Antoni van Leeuwenhoek vanaf 1931. Promoveerde in 1937 bij prof. van Ebbenhorst Tengbergen op de dissertatie "Over kwaadaardige Pharynxgezwellen mede in verband met de moderne stralentherapie". Werd in 1941 op last van de Duitse bezetter ontslagen vanwege haar Joodse indentiteit. Overleefde WO2 als onderduiker in kringen van Philips ingenieurs in Eindhoven en nam daarbij deel aan het verzet als koerierster. Emigreerde naar Israel in 1946. Werd in 1957 hoofd van de bestralingsafdeling in het Beilinson ziekenhuis in Tel Aviv, en werd in 1968 benoemd tot associate professor in de Radiotherapie aan de universiteit van Tel Aviv. Met dank aan mrs Betty Kazin-Rosenbaum voor de informatie over haar tante uit familiebronnen en Israelische archieven.